Terhelle Nou…
Biels Hè…?
Terhelle Hoe zou jij het vinden als je in (onhoorbaar) een restaurant wordt uitgesmeten omdat je een Hóllander bent…?
Neef Eef Ome Aug, als ik jou so sie, hè, als jij soiets seg, hè, dan moet ik denken aan eh, aan de Keiser Hendrik de Vierde, eerlijk
Biels Ah, Keizer Hendrik, ’s mans reis naar (onhoorbaar) knieval van (onhoorbaar) Gregorius, en dan diens gevleugelde woorden, het boetekleed misstaat een (onhoorbaar) niet. Het boetekleed, het staat mij, eerlijk zeggen…hoe staat het mij…?
Neef Eef Hoe dat boetekleed jou staat?
Biels Ja…
Neef Eef Ja, dat bedoel ik, dat weet ik niet
Biels Dat weet je niet?
Neef Eef Nee, dat weet ik niet. Dat ken ik niet sien
Biels Niet zien? Mijn boetekleed, niet zien…waarom niet?
Neef Eef Omdat jij dat als ondergoed draagt… Jij draagt het als ondergoed, jij, je boetekleed, als wolletje…
Biels Ja, de groeten ja, leer jij eerst maar eens uitserveren, jij…
Neef Eef Ja, dat ken ik niet…
Biels Terhelle, dat is dan mijn ober, hoor, dat ken hij niet…!
Neef Eef Nee, dat ken ik niet…
Biels Man, man, dat ken iedereen! Gewoon opscheppen…waarom ken je dat niet?
Neef Eef Omdat mijn Moe altijd voor mij opschept. Omdat ik alleen maar ken van, nog een klein scheppie graag, dan segt mijn Moe van, so of nog wat? En dan seg ik, nou, nog een klein scheppie graag…dat ken ik!